Van actieve studente tot opleidingsdirecteur: Een interview met Sigrid van Wingerde

Van actieve studente tot opleidingsdirecteur: Een interview met Sigrid van Wingerde

Zou je je even kort kunnen voorstellen?

Ik ben Sigrid van Wingerden en ik ben universitair hoofddocent Criminologie. Ik heb eerst in Leiden Rechten gestudeerd met als differentiatiefase Strafrecht. Toen ik bijna klaar was met die opleiding, startte ik de bachelor Criminologie. Dat leek me door het strafrecht-vak dat ik had altijd al leuk, dus uiteindelijk hoorde ik bij de eerste lichting studenten. Daarna heb ik de master Veiligheidsbeleid gevolgd. Tijdens mijn master heb ik stage gaan lopen op het NSCR, het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. Ik was daar twee à drie dagen in de week als soort junior onderzoeker bij Paul Nieuwbeerta in dienst op een onderzoek naar de bestraffing van moord en doodslag.

Ik dacht altijd dat ik in het beleid zou gaan werken, bij bijvoorbeeld het Ministerie van Veiligheid en Justitie, maar door de stage kwam ik erachter dat ik onderzoek doen eigenlijk wel heel leuk vond en er ook nog best wel goed in was! Zodoende ben ik het universitaire wereldje ingerold.

Hoe was je studententijd? (Zat je op kamers? Hoe was dat?)

Ik vond mijn studententijd echt top. Ik zat niet op kamers, want ik wilde mij in gaan schrijven bij wat toen nog SLS heette (nu is dat DUWO), maar dat pand bleek leeg te staan. Samen met mijn vriend zag ik dat op het pand ertegenover een bordje hing met ‘appartementen te huur’, dus toen dachten we: “Anders doen we dat.” En zo zijn we eigenlijk ongepland gaan samenwonen aan de Hogewoerd in Leiden in een superklein huisje.

Zat je nog bij een studenten- of studievereniging?

Ja, ik was lid van Augustinus. Daar had ik een heel leuk cordial. Corona heeft een beetje roet in het eten gegooid, maar we eten in principe nog steeds iedere maandag samen. Het is dan wel ‘wie kan, die komt’, dus daar zie je wel dat dingen veranderen. Toen we nog studeerden, gingen we bij iemand op zijn kamertje eten en dan wachten tot het laat genoeg was om naar Augustinus te gaan, want je wilde niet als eerste aankomen. Naarmate meer mensen een baan kregen, veranderde dat langzaam naar: “Oh, het is al half 10, ik moet naar huis toe!”. Die meiden zijn ook nu nog hele goede vriendinnen van mij. Dat we nog steeds met elkaar op cordial-weekend gaan, samen eten of met 3 oktober samen de stad in gaan, dat koester ik wel echt.

Wat de studieverenigingen betreft, zat ik verder nog bij JSV en CoDe, maar vooral voor de boekenkorting. Voor Criminologie was er in eerste instantie nog geen studievereniging, dus werd er een informatiebijeenkomst gehouden voor studenten die overwogen Criminologie te studeren. Ik weet nog dat Jan Dobbelaar en Lisette Vervoorn toen in het bestuur gingen en het is wel grappig om te zien hoe losjes dat toen ging in vergelijking met de medailles en de pakken van nu. Daar zie je dat dat wel veranderd is in de loop van de jaren.

Als je ging stappen, hoe zag dan je gemiddelde stapavond eruit?

Met stappen denk ik toch wel aan de vrijdagavond op Augustinus. Als ik doordeweeks dingen ging doen, dan ging ik vaak bij mensen thuis eten en daarna een wijntje drinken. De vrijdagavond begon vaak ook bij iemand thuis. Dan ging je spelletjes doen en ergens na middernacht naar Augustinus. Dat vond ik altijd heel leuk, want ik was daar vaak met mijn cordial en ik kende een hoop andere mensen. Dat duurde dan wel tot ze de markt alweer aan het opbouwen waren en het weer licht werd voordat je naar huis ging. Vooral het sneeuwbal of de Sjonnie en Anitafeestjes, die waren leuk. Het grappige daaraan was dat iedereen altijd totaal getransformeerd was, maar vaak bleek dat iedereen die kleding gewoon al in de kast had liggen.

Wat is je mooiste of meest bijgebleven herinnering aan je studententijd?

Ik denk dat ik het kunnen doen waar je zin in hebt toch wel het leukste vond van mijn studententijd. Als ik daaraan terugdenk en dan nu denk aan mijn werkende leven met een gezin en drie kinderen, dan denk ik: “Oh die tijd voor jezelf…” haha. Daar had ik achteraf gezien meer van moeten genieten. Gewoon dat ‘vrijheid blijheid’, dat vond ik echt heerlijk.

Wat is naar jouw mening het grootste verschil tussen jouw studententijd en de studententijd van deze generatie?

Ik denk dat een groot verschil is dat er in mijn tijd een stuk minder prestatiedruk was. Je kon wat meer doen waar je zin in had, denk ik. Het naar colleges gaan deed ik, vooral bij Criminologie, ook echt voor de gezelligheid. Bij Rechten was je altijd lekker anoniem, maar bij Criminologie wist iedereen alles van elkaar, zelfs de cijfers die je bij een ander vak had gehaald. Je leerde elkaar dus echt goed kennen en ook met de docenten had je een hele leuke band.

Zijn er dingen die je achteraf anders had willen doen in je studententijd?

Achteraf heb ik spijt dat ik tijdens mijn studie alleen maar leerde om mijn tentamens te halen. Nu denk ik: “Jeetje, ik had wat meer naar de vakken moeten kijken met de vraag wat ik hier voor mezelf uit wilde halen”. Dat merkte ik helemaal toen ik op de universiteit ging werken. Toen was het wel fijn was geweest als ik ook daadwerkelijk de boeken had gelezen haha. Ik heb eigenlijk toch niet het maximale uit mijn studie gehaald, dus als ik weer zou gaan studeren zou ik dat wel echt anders doen. En verder had ik ook wel heel graag naar het buitenland willen gaan, want als ik de verhalen van vriendinnen hoorde, denk ik dat ik daar wel wat gemist heb.

Wat houdt je huidige werk in?

Een deel van mijn tijd besteed ik aan onderwijs en het begeleiden van scripties en de rest aan onderzoek en het schrijven van boeken en artikelen daarover. Meestal doe ik onderzoek dat te maken heeft met straffen, want dat vind ik zelf gewoon een heel interessant onderwerp en daar ben ik ook op gepromoveerd. Ik ben nu ook bezig met een onderzoek naar de impact van de coronamaatregelen op de rechtspraak samen met Miranda Boone en samen met mensen van de universiteit van Utrecht en Nijmegen. Maar ik vind eigenlijk het fijnste aan mijn werk dat ik zelf kan kijken waar ik nieuwsgierig naar ben en dat vervolgens mag onderzoeken.

Sinds november ben ik ook opleidingsdirecteur van de afdeling Criminologie. Dat betekent dat ik verantwoordelijk ben voor alles wat de inhoud en de organisatie van het onderwijs aangaat. Dat is nu helemaal in coronatijd een flinke uitdaging, dus dat betekent een hoop vergaderen met mensen en plannen maken over hoe het onderwijs er na de zomer uit moet gaan zien.

Hoe ben je bij je huidige baan terecht gekomen?

Ik denk dat dat vooral een combinatie was van enerzijds de juiste mensen kennen en anderzijds zelf kansen creëren. Zo was ik bij het NSCR uitgenodigd om te komen solliciteren, omdat ik een goede student was, dus de opleiding had vast een voorselectie gemaakt en Paul Nieuwbeerta heeft me daar uiteindelijk aangenomen.

Ik ben er een beetje ingerold. Met Paul heb ik toen nog een aantal artikelen over mijn scriptieonderzoek geschreven. Ik geloof dat sommige daarvan nog steeds voorgeschreven worden bij de verplichte literatuur, dus dat is best wel grappig. Verder kende ik alle docenten goed, omdat ik bij die eerste lichting studenten hoorde en mijn vriendin Maartje had al wel een baantje op de afdeling, dus daardoor kwam ik ook meer in beeld.

Toen ik was afgestudeerd wist ik nog steeds niet zo goed wat ik wilde. Mijn man werkte al en vond dat ik wel wat actiever kon solliciteren, “of wacht je soms tot ze jou bellen?”. Prompt belde professor Moerings me, destijds afdelingshoofd, om te vragen of ik of ik bij Criminologie wilde komen werken. Zo kwam ik aan mijn eerste onderzoeksproject, waarbij ik allerlei onderzoeken tot een eindrapport moest samenvoegen. Na dat eerste jaar als onderzoeker kwam er een promotieplek vrij en die heb ik gekregen. Op die manier ben ik er dus een beetje ingerold en blijven rollen en nu denk ik dat ik hier echt heel erg op mijn plek zit. Ik hou echt van onderwijs geven, ik vind onderzoek doen hartstikke leuk, ik heb leuke collega’s. Ik heb eigenlijk nog geen behoefte gehad om verder te gaan kijken.

Heeft u nog tips voor de huidige criminologiestudenten om hun kans op een baan te vergroten? 

Ik heb dus best wel geluk gehad, maar zelf kansen creëren is ook belangrijk. Door een goede student te zijn, val je eerder op en krijgen je eerder dat soort kansen aangeboden. Ik denk dat het ook helpt om al tijdens je studie een bijbaantje te hebben dat gerelateerd is aan het vakgebied of waar je vaardigheden opdoet die later handig zijn. Zelfs al ga je bij een kantoor de administratie doen, dan heb je daar denk ik toch meer aan op je CV dan wanneer je serveerster bent in een kroeg. En dan is het nog wel de kunst om op je CV ook toe te lichten wat voor vaardigheden je daar opgedaan hebt.

Wanneer je gaat solliciteren voor een baan of een bijbaan is het erg belangrijk dat je na gaat denken over ‘wat heb ik het bedrijf te bieden?’. Dus als je in je brief al aangeeft welke onderwerpen je interessant vindt, welke vaardigheden je hebt en wat je zou kunnen betekenen, word je voor een werkgever al veel interessanter. Je laat op die manier al wel zien wat je kan en hoe je jezelf kunt verkopen. Dat doet al heel wat met de kans dat je op een gesprek uitgenodigd wordt bijvoorbeeld.

Wilt je zelf nog iets toevoegen aan dit interview? 

Vergeet niet om van je studentenleven te genieten en durf te kiezen voor je eigen pad. Probeer erachter te komen wat je zelf leuk vindt en daarvoor te gaan. Je kan niet alles doen en willen doen, dus als je ergens keuzes maakt is dat helemaal niet gek. Dat brengt misschien ook wat meer rust. Kies gewoon ergens voor en ga daarvoor. Dan kun je misschien ook nog meer genieten van deze tijd.