De rol van individuele factoren in collectief geweld

De rol van individuele factoren in collectief geweld

Gastredacteur: Arjan Blokland

Op 6 september 2012 plaatst een tiener uit Haren een berichtje op Facebook waarin ze haar vrienden uitnodigt voor haar sweet sixteen verjaardagsfeest. De uitnodiging gaat viral en op de avond van het feest verzamelen zich duizenden jongeren in de straten van het Groningse stadje. Er worden vernielingen aangericht en de lokale supermarkt wordt geplunderd. Inzet van de mobiele eenheid, later op de avond versterkt door pelotons uit andere politie regio’s, kan niet voorkomen dat er meer dan 50 gewonden vallen en voor ten minste tweeënhalve ton schade wordt aangericht. 

De gebeurtenissen in Haren zijn een voorbeeld van collectief geweld: geweld tegen personen of goederen dat wordt gepleegd door een menigte. Ook gewelddadigheden in en rondom voetbalstadions, demonstraties en protesten vallen onder deze noemer.

Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is het dominante verklaringsmodel voor collectief geweld het Sociale Identiteit Model (SIM). In een notendop stelt dit model dat wanneer iemand zich in een menigte bevindt, zijn of haar gedrag wordt gestuurd door de perceptie van zichzelf als onderdeel van de groep, in plaats van door persoonlijke motieven en drijfveren. Doordeweeks een hardwerkende kostwinner en liefdevolle vader, in het stadion een ADO-fan in hart en nieren. Terwijl ‘de vader’ wel twee keer zou nadenken, schrikt ‘de ADO-fan’ er niet voor terug de eer en goede naam van ‘zijn’ club zo nodig met geweld te verdedigen. Zeker wanneer hij hiertoe wordt ‘uitgedaagd’ door ‘de ander’, bijvoorbeeld fans van de rivaliserende club of de aanwezige politie.

Volgens het SIM worden, eenmaal in een menigte, de historische en actuele verhoudingen tussen de als ‘eigen’ ervaren groep en andere groepen belangrijker in het bepalen van gedrag dan individuele eigenschappen. Zo veel belangrijker zelfs, dat veelal wordt aangenomen dat individuele eigenschappen er in het geheel niet meer toe zouden doen. Het is die laatste aanname waar Tom van Ham, buiten-promovendus aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Leidse Universiteit, zich de afgelopen jaren in zijn promotieonderzoek op heeft gefocust. Hij richt hierbij zijn pijlen op de mogelijke rol van individuele eigenschappen in het verklaren van (de deelname aan) collectief geweld.

Het onderzoek van Van Ham laat onder andere zien dat onder personen betrokken bij collectief geweld verschillende typen criminele carrières te onderscheiden zijn. De grootste groep collectief geweldplegers heeft, zoals op basis van het SIM mag worden verwacht,  geen noemenswaardig strafblad. Een klein deel – grofweg 10% – echter, blijkt al op jonge leeftijd voor het eerst, en daarna herhaaldelijk, met politie en justitie in aanraking te zijn gekomen. Deze groep heeft zich ook vaker dan andere groepen eerder schuldig gemaakt aan geweld, zowel collectief als alleen en zowel in de publieke als in de private sfeer. Verder kenmerkt deze groep zich door impulsiviteit, ADHD en agressie regulatie problemen, wat weer zorgt voor problemen thuis en op school. Een jonge leeftijd van eerste politiecontact, ADHD en eerder vertoond collectief geweld blijken bovendien voorspellend voor toekomstige deelname aan collectief geweld.

Voor een kleine groep collectief geweld plegers lijkt geweld derhalve veel minder situationeel gebonden dan het SIM doet vermoeden. Zij gaan geweld niet uit de weg, maar zoeken dat soms zelfs op. Een dergelijke tweedeling zou bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom, wanneer een menigte eenmaal begint te rellen, het doorgaans slechts een beperkt aantal personen is dat zich daadwerkelijk schuldig maakt aan geweld tegen personen of goederen.

Op 25 mei 2020 plaatst een getuige een video online waarin is te zien hoe een agent een Afro-Amerikaanse man in bedwang houdt door minuten lang zijn knie in de nek van de man te houden, ondanks dat de man – George Floyd – zich op dat moment niet verzet en hoorbaar aangeeft dat hij geen adem krijgt. Na meer dan acht minuten in deze houding, blijkt George Floyd te zijn overleden. Het filmpje gaat viral en in veel Amerikaanse steden lopen massale protesten tegen politiegeweld en racisme  uit op rellen en plunderingen.

De schrijnende tweedeling tussen blank en zwart Amerika kent een lange geschiedenis en de gewelddadige dood van George Floyd was duidelijk een ‘trigger’ die de verhoudingen tussen burgers en politie tijdelijk verder op scherp zette. Aandacht voor individuele factoren die mogelijk bijdragen aan participatie in collectief geweld, is dan ook geenszins een pleidooi om contextuele factoren bij het verklaren van collectief geweld voortaan in het geheel buiten beschouwing te laten, noch om de menigte an sich te criminaliseren.

Eerder is het een oproep tot nuance en nadere bestudering van de dynamiek tussen de verschillende subgroepen binnen de collectief gewelddadige menigte. Onder welke omstandigheden, bijvoorbeeld, wordt het gedrag van de gewelddadige groep de groepsnorm waarnaar ook niet-gewelddadige personen in de menigte zich beginnen te gedragen? En wanneer keert de menigte zich juist af van de gewelddadige minderheid? Hoe kan de politie het beste optreden tegen collectief geweldplegers en hoe voorkomt zij dat dit optreden het wij-zij gevoel in de menigte, en daarmee de kans op escalatie van het geweld, vergroot?

Collectieve woede en frustratie gevoed door maatschappelijk mistanden verschillen hemelsbreed van een individuele zucht naar spanning en geweld.  Het maken van onderscheid in de achtergronden en motieven van collectief geweld is daarom geboden. Al was het maar om politieke leiders de mogelijkheid te ontnemen om, wijzend naar het geweld van een kleine groep, de prangende boodschap van de vreedzame meerderheid te negeren.

Voor de studie van Tom van Ham zie:

Accepted (February 2020) by European Journal of Criminology as

Ham, T. van, Adang, O.M.J., Ferwerda, H.B., Doreleijers, T.A.H. & Blokland, A.A.J. (forthcoming). Planned hooligan fights. Underlying factors and significance for individuals who partake. European Journal of Criminology.

Van Ham, T., Blokland, A., Ferwerda, H., Doreleijers, T. & Adang, O. (2019) Determinants of persistence in collective violence offending. Deviant Behavior, DOI: 10. 1080/01639625.2019.1649954

Van Ham, T., Blokland, A.A.J., Ferwerda, H.B., Doreleijers, Th.A.H  & Adang, O.M.J. (2016) Jekyll or Hyde? Examining the Criminal Careers of Public Violence Offenders. European Journal of Criminology, 1-19.

Adang, O.M.J. &  Van Ham, T. (2015). Contextual and individual factors determining escalation of collective violence: Case study of the Project X riot in Haren, the Netherlands. British Journal of Criminology, 55(6): 1226-1244.